Hoe weet je of een speeltoestel veilig en wettelijk in orde is?

Terug naar Kennisbank

Hoe weet je of een speeltoestel veilig en wettelijk in orde is?

Korte samenvatting:

  • Een veilig speeltoestel heeft een geldig certificaat van een aangewezen keuringsinstelling (AKI).
  • Het WAS 2023 is de wet die alle openbare en semi-openbare speeltoestellen regelt.
  • NEN-EN 1176 en NEN-EN 1177 zijn de bijbehorende normen voor constructie en valdemping.
  • Als beheerder ben jij verantwoordelijk voor inspecties, onderhoud én een logboek.
  • Er zijn drie inspectieniveaus: visueel (wekelijks), operationeel (1–3 maanden) en de jaarlijkse veiligheidsinspectie.

De kern: wat maakt een speeltoestel wettelijk in orde?

Je plaatst een speeltoestel op een schoolplein of bij een kinderopvang. Wanneer is dat toestel dan écht veilig én wettelijk in orde? Het antwoord zit in drie dingen: een geldig certificaat, een aantoonbaar inspectieplan en een bijgehouden logboek.

De veiligheid van speeltoestellen is geregeld via het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023 (WAS 2023). De eisen gelden voor toestellen op openbare grond zoals speeltuinen, op semi-openbare grond zoals schoolpleinen, of in attractieparken. Dat betekent: als jij een school, kinderopvangcentrum of gemeente beheert, val je hier gewoon onder.

Sinds 1996 geldt in Nederland het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS). Dit besluit stelt wettelijke eisen aan het ontwerp, de productie, plaatsing en het onderhoud van speeltoestellen, met als doel het voorkomen van ongelukken.

Sinds 1 juli 2023 geldt het vernieuwde Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS 2023). Deze modernisering bevat aangescherpte regels voor toezicht, certificering en veiligheid.

Welke normen gelden er?

NEN-EN 1176: de constructienorm

De NEN-EN 1176-norm vormt de basis voor alle speelveiligheid in Nederland en Europa. Deze norm stelt eisen aan het ontwerp, de constructie, de installatie en het onderhoud van speeltoestellen.

De norm is verdeeld in een eerste deel met algemene veiligheidseisen en tien opvolgende delen met specifieke aanvullende eisen voor verschillende typen speeltoestellen, zoals glijbanen, schommels en wiptoestellen.

Twee onderdelen zijn voor scholen en kinderopvang extra relevant:

  • dit deel bevat de algemene veiligheidseisen voor alle typen toestellen: materialen, constructieve stabiliteit, toegankelijkheid en bescherming tegen vallen en beknelling.NEN-EN 1176-1:
  • dit deel is vooral relevant voor schoolbesturen en beschrijft plaatsing, inspectie, onderhoud en gebruik, inclusief concrete richtlijnen voor inspectiefrequentie en welke controles wanneer nodig zijn.NEN-EN 1176-7:

NEN-EN 1177: valdemping van de ondergrond

De norm NEN-EN 1177:2017 gaat over schokabsorberende bodemoppervlakken. Deze bepaalt de kritische valhoogte: de maximale hoogte waarvan een kind kan vallen zonder ernstig letsel. Zand, kunstgras en grasmatten hebben elk een andere dempende werking en dus een andere toegestane valhoogte.

Let op: de ondergrond waarop speeltoestellen worden geplaatst dient aan een breed scala van eisen te voldoen; deze staan beschreven in NEN-EN 1177. De ondergrond is dus geen bijzaak, maar onderdeel van de wettelijke verplichting.

Wat zijn jouw verplichtingen als beheerder?

Eenmaal in gebruik is de eigenaar, verhuurder of beheerder van het speeltoestel verantwoordelijk voor het veilige gebruik. Die verantwoordelijkheid is concreet en breed.

Goed beheer houdt in dat er een beheersplan is, dat de toestellen volgens dit plan regelmatig gecontroleerd worden, dat zij goed onderhouden worden en dat deze activiteiten bijgehouden worden in een logboek.

Specifiek moet je als beheerder zorgen voor:

  1. je moet als beheerder zorgen dat een geldig certificaat van goedkeuring aanwezig is voor elk speeltoestel dat in gebruik is. Als er geen certificaat aanwezig is, moet je het speeltoestel laten keuren door een aangewezen keuringsinstelling.Een geldig certificaat:
  2. je dient een logboek te kunnen overleggen waarin alle inspecties en reparaties vermeld staan.Een logboek:
  3. vanaf 1 juli 2023 is het verplicht om ernstige ongevallen met speeltoestellen te melden bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Een ernstig ongeval omvat blijvend letsel, overlijden of directe ziekenhuisopname.Meldplicht bij ernstige ongelukken:
  4. eventuele benodigde reparaties of herstelwerkzaamheden moeten binnen een redelijke termijn worden uitgevoerd.Tijdig repareren:

De drie inspectieniveaus

Inspecties zijn niet één keer per jaar en klaar. Alle speeltoestellen dienen volgens NEN-EN 1176-1 en 1176-7 regelmatig te worden geïnspecteerd. Dat kan op verschillende manieren. Allereerst is er de routinematige visuele inspectie. Deze dient ter identificatie van gevaren als gevolg van vandalisme, gebruik of weersomstandigheden.

Hier is een overzicht van de drie niveaus:

Inspectieniveau Frequentie Wie voert het uit? Doel
Visuele inspectie Dagelijks tot wekelijks Eigen personeel (bijv. conciërge) Vandalisme, acute gevaren
Operationele inspectie Elke 1–3 maanden Eigen personeel met kennis van normen Slijtage, stabiliteit, ontbrekende onderdelen
Jaarlijkse veiligheidsinspectie 1x per jaar Deskundig en onafhankelijke externe inspecteur Algeheel veiligheidsniveau, fundering, NEN-EN 1176 naleving

De operationele inspectie moet elke 1 tot 3 maanden worden uitgevoerd, afhankelijk van de gebruikersintensiteit van het toestel.

De jaarlijkse hoofdinspectie wordt uitgevoerd om het algehele veiligheidsniveau van speeltoestellen, funderingen en ondergronden vast te stellen, bijvoorbeeld door controle op naleving van de relevante delen van NEN-EN 1176, met inbegrip van weersinvloeden, aanwezigheid van houtrot of corrosie en eventuele veranderingen in het veiligheidsniveau als gevolg van uitgevoerde reparaties of toegevoegde of vervangen onderdelen.

Wie mag de inspecties uitvoeren?

De regelmatige routinematige visuele inspectie en de operationele inspectie mag iemand van de school zelf doen. Dit hoeft geen gecertificeerde inspecteur te zijn. Wel moet deze persoon weten waar hij op moet letten.

De jaarlijkse grondige inspectie vraagt om specialistische kennis en wordt meestal uitbesteed aan een externe deskundige.

Hoe controleer je of een toestel gecertificeerd is?

Koop je een nieuw toestel? Dan levert de fabrikant of leverancier de documentatie mee. Conformiteitsverklaringen moeten aantonen dat het speeltoestel is getest volgens NEN-EN 1176-normen. Deze verklaringen bevatten technische specificaties, testresultaten en installatievoorschriften.

Het is altijd belangrijk om te controleren of alle toestellen zijn voorzien van een certificaat. Hierop moet specifiek vermeld zijn dat het is gekeurd aan het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen.

Heb je een ouder toestel zonder papieren? Dan moet je het laten keuren door een Aangewezen Keuringsinstelling (AKI). Een AKI voert de keuring uit, waarna er als alles goed is een certificaat wordt afgegeven.

Let ook op dit verschil: speeltoestellen met een CE-markering zijn bedoeld voor particulier gebruik, niet voor gebruik op schoolpleinen. Openbare speeltoestellen vallen normaal onder NEN-EN 1176. Op een schoolplein moet je kunnen aantonen dat het toestel veilig is en aan de geldende eisen voldoet. In de praktijk wordt gebruik van particuliere CE-toestellen op schoolpleinen daarom afgeraden.

Wat doet de NVWA?

In Nederland ziet de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) toe op de veiligheid van speeltoestellen. Zij kunnen speeltoestellen sluiten en/of boetes opleggen aan de beheerder.

Inspecties worden uitgevoerd door inspecteurs die geaccrediteerd zijn door de Stichting Veilig Spelen als SVS-inspecteurs. De NVWA controleert of jij als beheerder aan je verplichtingen voldoet: certificaten, logboek, onderhoud en meldingen.

Uit data van de NVWA blijkt dat 99% van de gecontroleerde speeltoestellen aan de norm voldeed. Dat laat zien dat het systeem werkt, maar ook dat je als beheerder de basis op orde moet hebben.

Veiligheid én uitdaging: geen tegenpolen

Een veilig speeltoestel hoeft geen saai speeltoestel te zijn. Het WAS gaat specifiek over speeltoestellen en bijbehorende ondergronden en heeft als belangrijkste doel het terugbrengen van niet-aanvaardbare risico’s.

Het WAS is niet bedoeld om alle risico’s weg te nemen. Kinderen moeten hun grenzen kunnen verleggen bij hun spel en hierbij is een zeker risico nodig.

Veiligheidsspecialisten benadrukken dat kinderen juist door kleine valpartijen grenzen leren inschatten en door meer vrijheid uiteindelijk veiliger kunnen worden. Goed ontworpen speeltoestellen bieden uitdaging binnen veilige marges.

Praktisch: zo check je een speeltoestel stap voor stap

  1. Certificaat aanwezig? Controleer of er een geldig keuringscertificaat is van een AKI, met verwijzing naar het WAS.
  2. Documentatie compleet? Vraag bij aanschaf om de conformiteitsverklaring, installatievoorschriften en het logboek.
  3. Ondergrond gecheckt? Laat de valdemping toetsen aan NEN-EN 1177.
  4. Inspectieplan opgesteld? Leg vast wie, wanneer en wat inspecteert.
  5. Logboek bijgehouden? Noteer alle inspecties, bevindingen en reparaties.
  6. Reparaties afgehandeld? Zorg dat gebreken binnen een redelijke termijn zijn verholpen en gedocumenteerd.
  7. Meldplicht bekend? Weet je team wat te doen bij een ernstig ongeluk? Meld dit direct bij de NVWA.

Veelgestelde vragen

Moet een speeltoestel op een schoolplein gekeurd zijn?

Ja. De eisen van het WAS 2023 gelden voor toestellen op openbare grond zoals speeltuinen, maar ook op semi-openbare grond zoals schoolpleinen.

Hoe vaak moet ik mijn speeltoestellen laten inspecteren?

Minimaal één keer per jaar moet een veiligheidsinspectie worden uitgevoerd. Daarnaast zijn ook visuele en operationele inspecties verplicht.

Mag ik zelf de inspectie doen?

De visuele en operationele inspectie mag je zelf uitvoeren, mits je voldoende kennis hebt. De jaarlijkse veiligheidsinspectie laat je uitvoeren door een deskundig en onafhankelijke inspecteur.

Wat als ik geen certificaat heb voor een bestaand toestel?

Dan moet je het speeltoestel laten keuren door een aangewezen keuringsinstelling of het certificaat opvragen bij de fabrikant.

Wat is het verschil tussen een keuring en een inspectie?

De keuring wordt uitgevoerd door een AKI en resulteert in een certificaat. De inspecties vallen onder het reguliere beheer van het speeltoestel.

Wat gebeurt er als ik niet voldoe aan het WAS?

De NVWA kan speeltoestellen sluiten en/of boetes opleggen aan de beheerder.

Wil je weten of jouw speeltoestellen voldoen aan het WAS 2023 en de NEN-EN 1176 normen? Neem contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek. Je krijgt binnen 24 uur reactie.

 

Beebop - specialist in buitenruimte-inrichting
Over de auteur
BeebopBeebop is een totaalspecialist in buitenruimte-inrichting met meer dan 25 jaar ervaring.
Wij adviseren gemeenten, scholen en kinderopvangcentra over speeltoestellen,
ondergronden, straatmeubilair en hekwerken. Één aanspreekpunt, van advies tot plaatsing.